Klantenservice SchoolboekenThuis: 020 - 589 09 70

Klik hier voor het Thuiswinkelcertificaat

Tips voor het voorlezen

 

» Een boek kiezen
» Hetzelfde boek een paar keer voorlezen
» Voorleesrituelen
» Voorlezen met stemmetjes
» Te moeilijk of niet?
» Voorspel samen het verhaal
» Moeilijke woorden
» Laat uw kind vertellen
» Voorbereiding op het voorlezen
» Voorleestips: baby's
» Voorleestips: peuters
» Voorleestips: leerlingen groep 7 en 8

 

 



Een boek kiezen

Er is zoveel keuze aan boeken dat het soms niet meevalt een geschikt boek te vinden dat op dat moment past bij de belevingswereld van uw kind. Denk eens aan de volgende situaties: misschien is er in het gezin een baby op komst, wordt uw kind zindelijk of leert het zelfstandig naar de wc te gaan.

» naar boven

 

 

 

Hetzelfde boek een paar keer voorlezen

Het is een feit dat kinderen een verhaal eindeloos vaak willen horen en telkens opnieuw weer prachtig vinden. U hebt misschien zelf al lang genoeg van het boek, maar u weet dat herhaling erbij hoort. Lees prentenboeken juist een aantal keer voor om er zoveel mogelijk uit te halen.

Hetzelfde boek een paar keer voorlezen hoeft echt niet saai te zijn als u elke keer een ander onderwerp verzint om het na het voorlezen over te hebben: het thema, de personages of hebben de kinderen zelf wel eens zoiets meegemaakt?

» naar boven

 

 

 

Voorleesrituelen

Kinderen raken vertrouwd met allerlei rituelen: zo doen wij dat altijd! Ze voelen zich prettig als ze kunnen rekenen op het dagelijkse voorleesritueel. Lees voor op een vertrouwd moment of op een knusse plek met een knuffel of kussen erbij, en met zo weinig mogelijk kans op storingen.

Voorleestijd is de tijd waarin u samen kunt kijken, luisteren, praten en lachen.

» naar boven

 

 

 

Voorlezen met stemmetjes

In prentenboeken staan vaak veel korte spreekteksten. Het is helemaal niet nodig om u extra in te spannen om met verschillende stemmetjes voor te lezen. Bij peuters is dat nog niet zo aan de orde. Als u langzaam voorleest, goed articuleert en uw kind tijdens het voorlezen regelmatig aankijkt, dan treft u vaak veel beter de toon en zal uw kind goed begrijpen wie er in het boek iets zegt.

» naar boven

 

 

 

Te moeilijk of niet?

Het kan prettig zijn om van andere ouders of leidsters, of in de bibliotheek of boekwinkel, titels van prentenboeken te horen die geschikt zijn voor de leeftijd van uw kind. Dan nog kan het zijn dat u aarzelt of het boek niet te moeilijk of te gemakkelijk is.

Misschien helpt het om te weten dat een boek eigenlijk net een beetje te moeilijk mag zijn. Als u het meerdere keren voorleest en u praat samen over het verhaal, hebt u de meeste kans dat uw kind door een boek geboeid wordt.

» naar boven

 

 

 

Voorspel samen het verhaal

Vraag tijdens het voorlezen aan uw kind hoe het verhaal verder zou kunnen gaan. Door te vragen wat er allemaal kan gebeuren in het verhaal, denken kinderen goed na. Hierdoor leren ze in hun dagelijks leven ook beter om naar oplossingen te zoeken voor problemen.

» naar boven

 

 

 

Moeilijke woorden

Wanneer er moeilijke woorden in het boek staan, worden deze in de context van het verhaal vaak wel duidelijk. Zo niet, dan kunt u uw kind helpen om het nieuwe woord te leren door er een plaatje bij aan te wijzen, een voorbeeld te geven of een vervangend woord te gebruiken. Naderhand kunt u ook het moeilijke woord er weer bijhalen. Zo onthoudt uw kind het woord beter, dit helpt bij de ontwikkeling van het taalgebruik.

» naar boven

 

 

 

Laat uw kind vertellen

Geef uw kind gelegenheid om iets te zeggen als u het verhaal voorleest. Het gaat erom dat uw kind praat, dus alle opmerkingen over het verhaal zijn goed. Uw kind heeft een eigen interpretatie over het verhaal en kan ook meepraten vanuit eigen ervaringen. Daar kunt u dan weer op ingaan. Zo blijft uw kind betrokken bij het verhaal. Laat uw kind het verhaal ook zelf eens navertellen.

Door het verhaal aan een ander te vertellen en erover na te praten, gaat uw kind het verhaal beter begrijpen.

» naar boven

 

 

 

Voorbereiding op het voorlezen

Lees de titel van het boek voor en praat met uw kind over de voorkant. Maak het nieuwsgierig naar het verhaal. Als u de kaft samen bekijkt, kunt u samen met uw kind bedenken waar het boek over zou kunnen gaan.

» naar boven

 

 

 

Voorleestips: baby’s

Met je baby op schoot een boekje ontdekken is leerzaam. Het stimuleert de taal- en spraakontwikkeling van je kind, zo blijkt uit onderzoek. En het verhoogt de concentratie. Allemaal zaken waar je baby een leven lang plezier van heeft. Baby’s kunnen meer dan je denkt. Al vanaf de eerste dag luistert je baby naar je stem. In het eerste jaar ontwikkelt een kind zich snel en leert veel nieuwe dingen.

Voorlezen voor baby’s:

  • - Is een warm moment samen
  • - Geeft baby’s informatie over de wereld om hen heen
  • - Oefent de luistervaardigheid en het concentratievermogen
  • - Prikkelt de fantasie en sociaal-emotionele vaardigheden
  • - Stimuleert de taal- en spraakontwikkeling

 

Hoe lees je voor aan baby’s?

  1. 1. Kies een vast voorleesmoment. Dit kan bijvoorbeeld voor het slapengaan, maar ook als rustpunt op een vaak drukke dag.
  2. 2. Ga samen lekker op een rustige plek zitten. Doe radio, televisie en computer/laptop uit, dat leidt maar af. Zorg ervoor dat jezelf ook prettig zit.
  3. 3. Houd je baby zo, dat je oogcontact kunt maken.
  4. 4. Kies een afbeelding in het boekje en laat deze goed zien. Houd het boekje zo stil mogelijk, zeker als je baby nog heel klein is. Draait je kind de oogjes of het hoofdje weg, gun het dan even rust.
  5. 5. Een of een paar afbeeldingen laten zien is genoeg. Het boek hoeft niet in een keer uit; jaag het er niet doorheen.
  6. 6. Laat je stem horen, wat je zegt is eigenlijk niet zo belangrijk. Benoem wat er te zien is, maak bijpassende geluiden of zing een liedje!

 

Welke boekjes zijn geschikt om voor te lezen aan baby’s?

  1. 1. Boekjes met patronen in zwart-wit. Baby’s reageren het eerst op duidelijke zwart-wit patronen. Die patronen zijn goed voor de visuele ontwikkeling. Een baby kan er geboeid naar kijken!
  2. 2. Boekjes die de aandacht vasthouden. Krakende bladzijden, spiegelend glinsterfolie, een voelelement. Dat houdt je baby lekker bezig!
  3. 3. Boekjes voor babyhandjes. Boekjes van hanteerbaar formaat. Niet te groot, niet te dik, niet te zwaar. Met afgeronde hoeken, zodat baby zich niet kan bezeren. En natuurlijk scheurvast…
  4. 4. Boekjes die te overzien zijn. Een plaatje per pagina is genoeg. Bijvoorbeeld een dier of voorwerp dat je baby uit zijn omgeving kent. Duidelijk afgebeeld met zo min mogelijk details.

 

Wanneer kun je het beste voorlezen aan je baby?

  1. 1. Voorlezen aan baby’s kan ’s middags en ’s avonds voor het slapengaan. Of ’s morgens vroeg, wanneer het thuis lekker rustig is.
  2. 2. Wanneer je een moment van rust wil inlassen (als je kind erg actief is geweest, veel indrukken heeft opgedaan).
  3. 3. Wanneer je kind wat extra aandacht nodig heeft, omdat het hangerig of ziek is.
  4. 4. Zingen voor je baby kan de hele dag: tijdens het badje, het verschonen, het voeden, maar ook wanneer je baby niet in slaap kan komen of zich verveelt in de box.

 

» naar boven

 

 

 

Voorleestips: peuter

Voorleestips voor het voorlezen aan 1,5 – 3-jarigen:

  1. 1. Las korte pauzes in: Geef je kind de ruimte om te reageren op wat je voorleest: las een korte pauze in en kijk daarbij het kindje aan. Ga in op de reacties.
  2. 2. Praten: Geef het kind gelegenheid om iets te zeggen tijdens het voorlezen. Het gaat erom dat je kind praat, dus alle opmerkingen over het verhaal zijn goed.
  3. 3. Vragen: Stel de dreumes een vraag bij wat er te zien is; ook al kan een kind nog niet praten, vaak snapt het een eenvoudige vraag wel (‘Zie jij het hondje?’; ‘Wat zegt het hondje?’: ‘Wafwaf…’)
  4. 4. Napraten: Laat je kind het verhaal navertellen aan een broertje, zusje of aan opa en oma.
  5. 5. Herhalen: Lees en bekijk hetzelfde boek een paar keer. Dat geeft houvast en veiligheid. Iedere keer begrijpt en herkent het kind een beetje meer.

 

 

 

Maak van het voorlezen een vast ritueel:

  1. 1. Leeservaring: Je kindje moet leren begrijpen wat ‘lezen’ inhoudt. Door steeds de voorleessessie op dezelfde manier te beginnen, weet je kind wat er gaat komen. ‘Zullen we samen een boekje lezen?’
  2. 2. Een duidelijk signaal: Laat elke keer als je begint met voorlezen dezelfde knuffel of handpop zien. Dan weet je kindje: ‘Ha, we gaan fijn samen een boekje bekijken.’
  3. 3. Meer van hetzelfde: Lees hetzelfde boekje een aantal keren voor. Dat biedt je kindje houvast en herkenning. Vol trots zal het al gauw meedoen, en bijvoorbeeld ‘blaffen’ nog voor je kunt vragen: ‘Wat doet het hondje?’.
  4. 4. Vaste prik: Maak van de voorleesmomenten een vaste gewoonte. Kies daarvoor de tijd die jou goed uitkomt: lekker rustig ’s morgens vroeg, ’s middags samen op de bank of voor het slapen gaan.

» naar boven

 

 

 

Voorleestips voor leerlingen in groep 7 en 8

 

Zit je kind in groep 7 of 8 en doe hij/zij mee aan De Nationale Voorleeswedstrijd? Of wil hij/zij beter leren voorlezen? Hoe lees je goed voor? Iedereen kan voorlezen! Vooral je zelf blijven dat helpt.

Nog een paar voorleestips:

  • • Lees niet te snel voor. Neem de tijd of zoek een korter fragment. Je hoeft de vijf minuten (inclusief de inleiding) niet perse vol te maken.
  • • Spreek duidelijk. Gebruik je eigen stem.
  • • Let op de juiste klemtonen. Oefen eens hardop en vraag of iemand daarop wil letten.
  • • Probeer contact te houden met je publiek. Houd je boek dus niet voor je gezicht en probeer zo nu en dan de mensen in de zaal aan te kijken.
  • • Probeer niet toneel te spelen. Het gaat niet om leuke stemmetjes of grote gebaren, maar om boeiend voorlezen.
  • • Je kunt wel je stem gebruiken om de sfeer van het verhaal duidelijk te maken. Je kunt hard (niet te hard) en zacht afwisselen. Je kunt in tempo variëren. Je stem kan bedroefd, blij, boos, dreigend of geheimzinnig klinken, als het maar past bij het verhaal.
  • • Schreeuw nooit. Dat is ook beter als je bijvoorbeeld met een microfoon moet voorlezen.
  • • Verspreken is niet erg. Goed ademhalen en rustig opnieuw beginnen.

 

» naar boven