Klantenservice SchoolboekenThuis: 020 - 589 09 70

Klik hier voor het Thuiswinkelcertificaat

Tips voor het rekenen


Tips voor ouders van peuters en kleuters
Tips voor ouders van kinderen van 6 tot 10 jaar
Tips voor ouders van kinderen van 8 tot 12 jaar

*Bron: 'Effectief omgaan met verschillen in het rekenonderwijs' website van CPS



 

Tips voor ouders van peuters en kleuters*


Bij peuters en kleuters kunt u door middel van spelletjes, prentenboeken en telliedjes de aandacht van uw kind vestigen op getallen en wiskundige verschijnselen. Jonge kinderen zijn maar wat trots op zichzelf wanneer ze merken dat ze hoeveelheden kunnen tellen en wanneer ze cijfersymbolen herkennen. U kunt daarom ook gebruik maken van alledaagse situaties, zoals:

- Hoeveel nachtjes slapen voor we naar opa en oma gaan?
- Hoeveel jaar word je morgen? Kun je dat ook op je vingers laten zien?
- Op welk nummer woon jij?

Spelletjes met dobbelstenen stimuleren kinderen te tellen. U kunt met een of twee dobbelstenen het spelletje Wie het meest gooit spelen. Maar ook kunt u denken aan bijvoorbeeld Mens erger je niet.

In allerlei prentenboeken komen getallen aan de orde of wiskundige thema’s. Bij wiskundige thema’s moet u denken aan onderwerpen op kleuterniveau, zoals: eerlijk delen, leeftijden, enzovoorts. Voorbeelden van prentenboeken zijn:

- Rupsje Nooitgenoeg (Eric Carle, Gottmer)
- 1, 2, 3 ik tel de dieren die ik zie (Eric Carle, Gottmer)
- Een duizendpoot op schoenen (Tony Ross, Sjaloom/Wildeboer)

 




Tips voor ouders van kinderen van 6 tot 10 jaar*


Kinderen in groep 3, 4 en 5 zijn op school veel met de getallenrij bezig. U kunt dit ondersteunen met allerlei (gezelschaps-)spelletjes:


- Ganzenbord
- Bingo
- Monopoly junior
- Sjoelen (punten tellen!)

Wanneer kinderen gerichte ondersteuning nodig hebben, is ook  rekenweb (www.rekenweb.nl) geschikt. Hier zijn spelletjes beschikbaar om bepaalde rekenvaardigheden te oefenen. 

 


Tips voor ouders van kinderen van 8 tot 12 jaar*


Met kinderen die wat ouder zijn, is het vaak goed mogelijk gesprekken te voeren over wiskundige onderwerpen. Het gaat hier niet zozeer om het berekenen van het goede antwoord, maar meer om het wekken van nieuwsgierigheid. Zaken uit het dagelijkse leven, onderwerpen die op het Jeugdjournaal aan de orde komen en nieuws uit de krant kunnen aanleiding zijn voor wiskundige gesprekjes. Denk aan de miljarden van Prinsjesdag (hoeveel nullen heeft een miljard?), het rentepercentage op de spaarrekening, wereldtijden, hectometerpaaltjes, treintijdentabellen en prijzen vergelijken in de supermarkt.